Daar moet je heen

Rosa da Silva
Winnares jury- en publieksprijs Amsterdams Kleinkunst Festival 2019
wo 27 okt 2021 20:30
wo 27 okt 2021
20:30
  • wo 27 okt 2021
    20:30
    Incl. garderobe
    De Kleine Willem, Enschede
    Lulof Zaal

In Daar moet je heen neemt Rosa je mee naar 1995. Het jaar dat ze als klein meisje mee deed aan de Mini Playbackshow van Henny Huisman. Ze blikt terug. Door het gelach uit de studio om haar geboortedorp Klazienaveen zat er niets anders op. Er moest afgerekend worden met haar Drentse en Portugese roots. Want, dacht ze, om een ster te kunnen worden moet je je anders voordoen dan je bent. 

Rosa zingt, speelt en ergert zich mateloos. En dan nog het meeste aan zichzelf. In een hoog tempo wisselen het Portugese temperament en Drentse nuchterheid elkaar af. Haar schurende personages zorgen voor plaatsvervangende schaamte en de eeuwige clichématige strijd tussen stad en provincie wordt akelig herkenbaar.

We gebruiken diensten als Youtube en Vimeo voor video's en andere media. Om deze te kunnen zien, moet u toestemming geven tot het plaatsen van cookies. Meer informatie…

Cookies zijn nodig om de website goed te laten functioneren. Zo wordt uw winkelmandje onthouden tijdens de bestelling en kunt u inloggen op de website.

Maar cookies zijn ook nodig om de ervaring op de website te verrijken. Bijvoorbeeld media van derde partijen, zoals video's, gaan vaak gepaard met cookies. Ook houden we statistieken bij om de site doorlopend te verbeteren.

Als laatste worden cookies ook gebruikt om informatie rond onze marketing-activiteiten, zoals nieuwsbrieven en advertenties, zo efficiënt en persoonlijk mogelijk uit te kunnen uitvoeren.

Cookie instellingen

Pers over Rosa da Silva

“De overstap van muziektheater naar kleinkunst lijkt een goede keuze. Hier is ze helemaal de baas van het podium" – Patrick van den Hanenberg, Theaterkrant

Over Rosa da Silva
Met hoofdrollen in het toneelstuk ANNE en de musical De Tweeling bewees Rosa da Silva al op het podium thuis te horen. Nu stapt ze op overtuigende wijze cabaretland in als ‘veelzijdig talent dat van het podium afspat’ en nam ze na een verpletterende finale op het Amsterdams Kleinkunst Festival zowel de jury- als publieksprijs mee naar huis.

Dilemma’s met Rosa da Silva

Actrice, kleinkunstartiest en (soms) cabaretier Rosa da Silva (1986) staat met haar eigen voorstelling ‘Daar moet je heen’ op 27 oktober 2021 in De Kleine Willem. Aan de hand van een reeks dilemma’s leren we Rosa beter kennen. Ze mag drie keer een veto inzetten. Alle dilemma’s hebben met haar voorstelling, achtergrond of huidige leven te maken. 
 
1. Patat of caldo verde? 
Caldo verde. 
 
2. Cultuur of natuur? 
Cultuur. Bij een mooi concert, bijvoorbeeld. Die zindering dat je iets moois meemaakt. De laatste keer had ik dat met fadozangeres Mariza in Het Concertgebouw. Ik mis het om met heel veel mensen iets mee te maken in één zaal. Dat eerste concert wordt janken. Huilend de zaal uit.  
 
3. Voorstelling kijken of Brommers kiek’n? 
Brommers kiek’n! Daar word ik nog enthousiaster van dan een voorstelling kijken. 
 
4. Portugal of Drenthe? 
Portugal. Maar ik groeide op in Drenthe. Toen mijn moeder nog leefde, gingen we elk jaar drie keer naar Portugal. Op vakantie of familiebezoek. Dus het is niet mijn vaderland. Ik ben dus eigenlijk die toerist die ik speel. Die vreselijke vrouw die door haar toerisme Portugal kapotmaakt voor mij. Ik wil niet op een toeristische manier over Portugal horen van mensen. Maar dit zet mij ook een spiegel voor. Want ik ben ook die toerist. Ik heb er nooit gewoond. Ik weet niet eens of ik dat kan. Lunchen moet daar heel lang. Ik heb zo vaak met familie daar gewacht op eten. Ik hou juist van veel doen in een korte tijd. Ik ben dus eigenlijk een nep-Portugees. 
 
5. Amsterdam of Klazienaveen? 
Amsterdam. Met Klazienaveen heb ik een haat-liefderelatie. Ik heb er nu ook geen plek om er te zijn: mijn vader is terug naar Portugal.  
 
6. Fiets of tram? 
Fietsen. Tram is vies, joh. Zeker nu met corona. In fietsen ben ik een Amsterdammer: ik kan niet rustig fietsen.  
 
7. Cabaret of kleinkunst? 
Kleinkunst. Sommigen noemen mijn voorstelling cabaret, anderen kleinkunst. Ik denk dat het iets meer het laatste is. Cabaret is wel herkenbaarder voor mensen en dus handiger om publiek mee te trekken. Bij kleinkunst denken mensen vaak: wat gaan we dan zien? Maar ik noem het geen cabaret, omdat ik het cabaretstempeltje moeilijk vind. Dat het dan ‘een lachen avond’ wordt. Lekker leuk. Daar heb ik wel mee gezeten: de voorstelling moet grappig zijn, mensen moeten lachen. Alleen, ik ben dat dus gewoon niet.  

8. Nuchterheid of temperament? 
Dat is heel moeilijk, heel fifty-fifty. Ik kan supernuchter zijn, maar ik ben vaak ook heel opgefokt. Ook over dezelfde dingen. Ook dat je denkt: waar maak je je druk om? Waarom doe je dit? Over de voorstelling. Dan word ik heel kwaad. Hoe ga ik dat met corona doen en wanneer moet die première nou? En dan denk ik even later: Nou, dan spelen we toch pas in september? Dat schiet letterlijk door elkaar. Het is wel iets waarin ik een balans zoek, want temperament is erg behulpzaam als je geïnspireerd bent. Voor de clip van mijn nummer ‘Als het zover is’ moest ik binnen een week alles regelen. En ik was geïnspireerd. Dan heb ik het idee en weet ik wat ik wil en inspireer ik anderen. Dan lukt het.  
 
9. Lui op de bank of vol plankgas? 
Ik kan heel slecht tegen luiheid en onverschilligheid binnen de kunstsector. Hoe kan je nou voor theater kiezen als je niet echt wil? Dat kan niet. Het is net topsport.     
 
10. Schoenenwinkels of schoenen? 
Schoenen. Ik heb wel veel in de schoenenwinkels van m’n ouders gestaan. Ik kan ook goed verkopen. Ik wil dat dan ook goed kunnen. Dat betekent: niet liegen en goed luisteren. Alleen, je gaat sowieso met een paar laarzen naar buiten. Het was wel even wennen toen ik niet meer bij mijn ouders werkte. Ik haalde daar de schoenen uit de winkel en ineens moest ik ze zelf kopen. En schoenen zijn duur! 
 
11. Het kleinkunstlied of de fado (het Portugese levenslied)? 
Veto. Ik kan net zo genieten van een nummer van Maarten van Roozendaal als van een heel lyrische fado. Het is even mooi, maar echt anders. Daarom, als ik ‘Rosa, de Drentse fadozangeres’ zie staan dan denk ik ‘ugh’. Dat is gewoon niet zo. Ik ben geen fadozangeres. Ik ambieer ook niet om avond na avond fado te zingen.  
 
12. Anders voordoen dan wie je bent of zijn wie je bent? 
Met kleinkunst is het dodelijk om anders te zijn dan wie je bent. Maar je kan nooit helemaal als jezelf daar staan. Er zitten mensen naar jou te kijken en jij staat op een verhoging. Echt mezelf ben ik als ik thuis languit op de bank hang. 
 
13. Henny Huisman of Annie M.G. Schmidt? 
Lacht. Annie M.G. Schmidt. De Mini Playbackshow met Henny Huisman is heel cool, want heel veel mensen vinden dat cult. Annie M.G. Schmidt is kunst.  
 
14. Acteren of een voorstelling maken? 
Acteren. In maken ben ik nog een beginneling. Ik had eerst het idee dat ik net als heel veel comedians in een kroegje achter een laptop moet zitten en dan de grappen eruit moet knallen. Maar ik kan beter iets wat ik in m’n hoofd heb, opnemen en uitwerken. Ik moet nog uitvinden hoe ik daar het beste in werk. Daarom: acteren. Want als het af is, kan ik het toneel op en ermee aan de gang. Zoeken, terwijl je een basis hebt. Ik vind daarom de herhaling ook niet zo erg. Zoals bij ‘Anne’. Ik heb die voorstelling 250 keer gedaan. Of bij de musical ‘De Tweeling’ die helemaal is ingericht: (met deftige stem) Hier ontroert het, hier moet men ha-ha-ha doen en aan het einde gaan we klappen. Als je zelf iets maakt, is die zekerheid grotendeels weg.  
 
15. Solo of grote productie? 
Solo. Als je met je eigen werk een zaal vult, dat is vet! Ook al zijn het 30 mensen in plaats van een vol Carré. Ik denk dan dat er mensen hebben gedacht: Ik ken haar niet maar, ik vind het wel interessant. Dat is toch cool!  
 
16. Typetje spelen of Anne Frank? 
Lacht. Anne Frank was zo bijzonder, omdat het mijn eerste rol was. Dat was absurd. Maar toch, als ik moet kiezen, dan toch typetjes. In typetjes kan ik meer mijn humor kwijt. Bovendien, ik wil niet mijn hele leven Anne Frank spelen. Dus typetje wint van Anne Frank. Wat erg!  
 
17. Stilte of stad? 
Die eerste lockdown in Amsterdam. Dat op de Nieuwmarkt, Waterlooplein en Rembrandtplein en al die toeristische plekken het helemaal stil was. De stad kwam ineens terug.   
 
18. Drents accent of Portugese taal? 
Portugese taal. Het Drents accent is geweldig, maar de Portugese taal is te mooi. Ik moest op de toneelschool als de koningin praten, omdat ik te veel accent had. Dat moet, omdat je met taal werkt. Hoe meer talen je spreekt, hoe meer gereedschap je hebt en hoe meer kans op rollen je maakt. Want bij Anne Frank kan je niet: (doet Drent accent na) ‘Lieve Kitty, vandaag hebben we weer aardappels gegeten..’. Maar nu ik mijn eigen ding doe, vind ik het wel lekker om veel Drents te gebruiken. Ik heb ook problemen met het vooroordeel dat het provinciaal of boers zou klinken.  
 
19. ‘Als het zover is’ of ‘Ik neem je mee’? 
Als het zover is. Het mijn zelfgeschreven lied over mijn overleden moeder. ‘Ik neem je mee’ heb ik gecoverd. Het is een lied van Gerard van Maasakkers. Die het vertaald heeft vanuit het Italiaans.   
 
20. Remko Wind of Rosa da Silva? 
HUH? Dat kan toch helemaal niet. Ik kan die voorstelling niet zonder Remko spelen en Remko ook niet zonder mij. Hij kan alles: piano, contrabas, gitaar, basgitaar. Sinds drie jaar begeleidt hij mijn voorstellingen. Dus… Dit is passen. pas. veto. VETO.  

Interview met Rosa da Silva - Daar moet je heen

Cabaretière Rosa da Silva waagt de sprong

Haar Portugese vader, haar overleden moeder, haar optreden in de Mini Playbackshow, de fado en Klazienaveen, het dorp waar ze vandaan komt. Ze spelen allemaal een rol in de allereerste voorstelling van cabaretière Rosa da Silva: Daar moet je heen. Een bonte mix van grappige en ontroerende verhalen, hilarische personages en een bak liedjes. 

Rosa da Silva (35) speelde hoofdrollen in onder meer het toneelstuk Anne, over Anne Frank, in de musical De Tweeling en Het Pauperparadijs. Maar het begon meer en meer te kriebelen: ze had toch niet voor niks de Kleinkunstacademie gedaan? De vrijheid lonkte, ze wilde zelf maken, haar ideeën vormgeven, grappen bedenken en liedjes zingen. Dus schreef ze zich in voor het Amsterdams Kleinkunst Festival, dat ze in 2019 met overmacht op haar naam scheef (jury- én publieksprijs). Een cabaretière was geboren. Door corona is de première van Daar moet je heen een paar keer uitgesteld, maar nu bestormt ze de Nederlandse theaters met haar eerste voorstelling.

Geweldige titel, had je een vooruitziende blik?

‘Het is leuk als iedereen komt kijken natuurlijk, maar het is heel lang de slogan geweest van het Drentse dorp waar ik geboren ben: Klazienaveen, daar moet je heen. Daar heb ik altijd erg om gelachen. Als kind is zo’n dorp fantastisch, maar zodra je in de puberteit komt wil je meer. Daarnaast zijn er in je leven altijd mensen die je zeggen welke kant je op moet. Ik ben bijvoorbeeld half-Portugees dus vonden mensen dat ik fado moest gaan zingen. Terwijl ik daar helemaal niks aan vond. En ja, ik kan niet ontkennen dat die titel voor de pr ook goed werkt.’

In je voorstelling vertel je dat je in 1995 meedeed aan de Mini Playbackshow, wat gebeurde daar?

‘Dat is een startpunt inderdaad. Henny Huisman vroeg aan mij: “Je heet Rosa Dias da Silva en je komt uit…?” Ik keurig: Klazienaveen. De hele zaal moest lachen. Dat was het eerste moment dat ik dacht: is dat niet goed? Toen begon eigenlijk de schaamte voor mijn afkomst. Nu ben ik daar overheen hoor en als ik aan de zaal vraag of ze het kennen, zeggen veel mensen: “Ja hoor.” Heel leuk.’

Je hebt een Portugese vader en een Nederlandse moeder, hoe ging dat thuis?

‘Ze hebben elkaar ontmoet in Parijs, waar mijn moeder in het souvenirwinkeltje van de Eiffeltoren werkte en mijn vader au pair was. De vonk sloeg over en ze zijn in Drenthe gaan wonen. Daar hadden ze vier schoenenwinkels. Mijn moeder komt echt uit een ondernemersgezin, bijna al haar broers en zussen hadden ook winkels. Natuurlijk moest ik op donderdagvond en zaterdag in een van de filialen meehelpen. Wat ik me nog herinner is dat mijn moeder zei: “Schoenen verkopen is allemaal theater.” Ze was heel creatief in de winkel, maar voor een publiek staan vond ze vreselijk. Iemand zei laatst tegen me dat kinderen verder gaan waar de ouders gebleven zijn. In mijn geval klopt dat helemaal.’

Jij wist al vroeg dat je niet in een winkel wilde staan, je wilde zingen en acteren.

‘Ik heb wel eens gedacht als ik weer in de winkel stond: ik sta hier wel…maar eigenlijk ben ik een ster! Alleen weet nog niemand het, haha. Beetje sneu wel. Mijn ouders hebben me wel altijd gestimuleerd, ik heb nooit het gevoel gehad dat ik de winkels moest overnemen. Ik mocht mijn eigen pad kiezen.’

Klazienaveen speelt dus een grote rol in je voorstelling, wat is verder een thema?

‘Het gaat over identiteit, maar ook over dat je moet doen wat je het allerleukste vindt in het leven. Je kunt wel beïnvloed worden door je omgeving, maar dat moet je ook weer van je af schudden. Daarnaast speelt de dood van mijn moeder een rol: wie ben je als je anker in het leven wegvalt? Wat blijft er over na zo’n groot verlies.’

Je hebt daar ook een prachtig nummer over geschreven, ‘Als het zover is’, dat is genomineerd voor de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied.

‘Dat was echt een cadeau, die nominatie. Ik heb het lied geschreven met Daniël Lohues en de tekst is eigenlijk van mijn moeder zelf. Ik had dat opgenomen met mijn telefoon. Ze begon te vertellen hoe jammer het was als ze er straks niet meer zou zijn, dat ze veel dingen niet meer zou meemaken. Ze sprak in hele simpele woorden over zo’n groot onderwerp en bracht het daarmee terug tot de essentie.’

En je bent fado gaan zingen, ondanks dat je er niks aan vond!

‘Mijn vader draaide het vroeger thuis veel, ik vond het verdrietige muziek. Ik begreep ook wel dat hij dan liever aan zee was en op de boulevard een kopje koffie dronk dan in Klazienaveen te zitten. Inmiddels woont hij gelukkig in Porto, dus dat is goed gekomen. Toen ik een jaar of 16, 17 was, begon ik er anders naar te luisteren en was het eigenlijk te gek. Ik spreek geen Portugees, maar ik heb altijd opgelet als mijn vader met zijn familie belde, dus ik kan het goed nadoen.’

Jij speelt je vader in de voorstelling, maar ook andere familieleden komen aan bod…

Lachend: ‘Niemand is meer veilig!’ Dan aarzelend: ‘Ik weet niet of ze het leuk vinden, maar het is zo leuk om ze te typeren. Dat begon al bij het nadoen van een serveerster in het restaurant waar wij als familie vaak gingen eten. Toen ik tien was, viel me haar motoriek en manier van praten op en deed ik haar thuis regelmatig na. Dat was het eerste personage in mijn leven en daar ben ik haar eeuwig dankbaar voor.’

Jouw voorstelling is een aaneenschakeling van grappen, personages en liedjes, hoop je dat mensen er iets van mee naar huis nemen?

‘Ik zou het mooi vinden als ze nog even nadenken over: wat heeft voor mij waarde? Wat is hetgeen dat je echt wil doen? Ik speelde in grote producties, waar alles prima voor me geregeld was: mijn kostuum hing gestreken klaar, voor de lunch werd gezorgd. Maar in de pauze hing ik de clown uit, deed ik allerlei mensen na en maakte mijn collega’s aan het lachen. Iedereen zei: “Daar moet je iets mee doen.” Lang durfde ik dat niet. Maar ik ben blij dat ik uiteindelijk de sprong gewaagd heb. Het is doodeng, je bent voor alles zelf verantwoordelijk en je hoopt dat het publiek komt en dat ze het leuk vinden. Tegelijkertijd ervaar ik een enorme vrijheid. Dan maar wat minder geld op de bank. Het is toch mooi als je ontdekt wat je kern is en daar helemaal voor gaat? Dáár moet je heen.’

Cookies

We maken gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content van derden af te beelden, zoals ook video’s, en voor verschillende andere toepassingen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Door ‘akkoord’ te klikken, stemt u hiermee in. Als u niet akkoord bent, kunt u via de knop ‘Instellingen aanpassen’ uw voorkeuren opgeven. Meer informatie…

Cookies zijn nodig om de website goed te laten functioneren. Zo wordt uw winkelmandje onthouden tijdens de bestelling en kunt u inloggen op de website.

Maar cookies zijn ook nodig om de ervaring op de website te verrijken. Bijvoorbeeld media van derde partijen, zoals video's, gaan vaak gepaard met cookies. Ook houden we statistieken bij om de site doorlopend te verbeteren.

Als laatste worden cookies ook gebruikt om informatie rond onze marketing-activiteiten, zoals nieuwsbrieven en advertenties, zo efficiënt en persoonlijk mogelijk uit te kunnen uitvoeren.

Cookie instellingen