Poppenspel slaat je hoofd over en komt rechtstreeks je hart binnen, weet theatermaker Meike van den Akker uit ervaring. Het maakt zelfs een heftig oorlogsverhaal toegankelijk voor kinderen. De nieuwste voorstelling ‘De Jas’ is er het bewijs van.  
 
Marco Krijnsen 
 
Nee, een echt poppenmeisje is Meike van den Akker nooit geweest. Spelen met Barbies? Niet aan haar besteed. “Ik klom liever in bomen.” Toch weet ze nog precies hoe ze als 7-jarig meisje in het theater betoverd raakte door het poppenspel. Ze ging met haar moeder naar een voorstelling van Jozef van den Berg en werd ondergedompeld in de magische wereld van Mannetje Pluim.  
 
Een blauwe lap is de zee 
Waarom het toen zoveel indruk maakte? “Omdat poppen je naar een heel andere wereld brengen. Een poppenspeler bouwt met suggestie zo’n wereld op, hij tovert eigenlijk met niks. Een blauwe lap is de zee, dankzij de verbeelding. Dat vond, en vind ik nog steeds, fascinerend.” 
 
Pas op latere leeftijd ontdekte Van den Akker dat de liefde voor het poppenspel diep zat. Ze volgde de theateropleiding in Arnhem en hoorde van anderen dat ze zo vaak poppen gebruikte in haar voorstellingen. “Ik was me daar nooit bewust van geweest. Poppenspel gebeurt bij mij intuïtief, dus voordat ik erover nadenk.” 
 
Klein emotioneel verhaal 
Van den Akker is daarna een gerenommeerd poppenspeler geworden. Eerst als oprichter en artistiek directeur van tg. Winterberg, sinds 2014 met haar eigen ‘creatief laboratorium’ De Witte Pomp. ‘De Jas’ is de nieuwste voorstelling, die gaat over het leven van het Joodse meisje Manasse in het getto van Warschau.  
 
‘De Jas’ is poppentheater (met livemuziek) over de holocaust. Is dat eigenlijk een goede combinatie? “Ja! Omdat het een klein emotioneel verhaal is in een groter geheel. We zoomen in op wat een kind beleeft tijdens de verschrikkingen van de oorlog. Dat kan soms heftig zijn, bijvoorbeeld als haar opa wordt doodgeschoten, maar Manasse maakt ook grappige dingen mee. We laten veel over aan de verbeelding van de bezoekers. Bij het doodschieten van Manasses grootvader, zie je alleen z’n jas vallen. De jas waarin ze daarna een bijzonder ontdekking doet.”   
 
Kinderen kijken anders 
‘De Jas’ is geïnspireerd op bestaande oorlogsverhalen. Van den Akker werd gegrepen door het boek ‘De poppenspeler van Warschau’. Ook las ze de verhalen van overlevenden van nazikamp Theresienstadt, waar veel aan entertainment werd gedaan. “We hebben veel research gedaan voor ‘De Jas’. Zo ontdekten we dat het theater in het Poolse getto tijdens de oorlog gewoon open was. Er was verder niks, geen school, geen normaal leven, maar je kon wel kaartjes kopen voor de voorstelling. Het was een manier om met de rug tegen de muur de moed en de verbeelding levend te houden, én om verveling tegen te gaan.” 
De eerste voorstellingen van ‘De Jas’ zijn (in een Engelstalige versie) al gespeeld in Noorwegen. Volwassenen bleken soms meer moeite te hebben met het thema dan de kinderen. “Kinderen hebben niet de bagage die hun ouders hebben. Ze weten veel minder over de oorlog en kijken dus met andere ogen. Dat is een voordeel. ‘De Jas’ is een prima introductie voordat ze straks op de middelbare school met het onderwerp te maken krijgen.” 
 

De oorlog door kinderogen