Peter Beets en The New Jazz Orchestra zetten hun tanden in de muzikale erfenis van Charlie Parker. De meest invloedrijke jazzmusicus ooit staat op vrijdag 25 maart in de spots. 
 
Door Ton Ouwehand 
 
Je kunt op allerlei manieren tegen jazz aankijken. Iedereen heeft het recht op zijn favoriete stijl, maar de belangrijkste stroming binnen deze improvisatiemuziek is de bebop. Daarom zetten de jazzopleidingen die ertoe doen in op bebop. Studenten die zich met jazz willen bezighouden kunnen zich beste op bebop richten. Als je de bebop beheerst kun je alle muziek aan.  
 
Pianist Peter Beets vindt dat ook. Hij noemt bebop ook geen stijl binnen de jazz. Voor hem is bebop een taal. Een muzikale taal die op een briljante manier de muzikale erfenis van Bach combineert met blues. Die taal hoor je ook terug in latin, gipsyjazz en funk. En als er iemand is die we in alle opzichten verantwoordelijk mogen houden voor deze muzikale taal is het altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955).  
 
Er is geen jazzmusicus geweest die een grotere impact had op de ontwikkeling van de jazz dan hij. En mensen die direct gaan roepen dat Miles Davis een veel belangrijker jazzmuzikant is geweest, omdat hij in allerlei nieuwe ontwikkelingen vooropliep, kan ik verwijzen naar de autobiografie van Miles. Daarin vertelt hij in de proloog al, in de eerste zin zelfs, dat het meest fantastische gevoel dat hij ooit heeft gehad (met z’n kleren aan, vermeldt hij er volledigheidshalve bij) in 1944 plaatshad toen hij Charlie Parker en Dizzy Gillespie samen hoorde spelen. Miles was achttien en hij vond het beangstigend goed. 
Wat was er nu zo speciaal aan de muziek van Parker? Wat was het waardoor Miles Davis direct voor de vlakte ging? 
 
Niet alleen omdat Parker een virtuoos saxofonist was met een prachtige toon in alle registers. Het was om de nieuwe muziek waar hij mee aan kwam zetten. Waardoor jazz ineens niet meer per definitie dansmuziek was. Het werd kunst, jazz werd concertmuziek. Het werd muziek waarbij de uitvoerders niet meer wegkwamen met matige muzikaliteit.  
Ingrediënten van blues, van de aan de bebop voorafgaande swingperiode, werden gekoppeld aan geavanceerdere akkoordenschema’s, aan notenreeksen die veel verder gingen dan men gewend was. Die aanpak zette Amerika op z’n kop. In Europa keek men er in die tijd iets nuchterder tegenaan. Jazzmuzikant en docent Frans Elsen zei ooit: voor Amerikanen was dit helemaal nieuw. Voor Europa niet. Wij hadden ook de barok meegemaakt. Wie Bach heeft beluisterd, hoort de overeenkomsten.’ 
 
Veel bekende stukken uit de swingperiode kregen van Parker een bebop opwaardering. Hij kwam met ‘Scrapple from the Apple’, dat geheel was gebaseerd op het liedje ‘Honeysuckle Rose’. Het schema van het bekende ‘Indiana’ werd door Parker omgezet in ‘Donna Lee’. En de klassieker ‘How high the moon’ veranderde Parker in ‘Ornithology’. 
Op ‘Ella in Berlin’, een van haar beroemdste platen, laat zangeres Ella Fitzgerald in een lange improvisatie horen hoe ‘How high the moon’ en ‘Ornithology’ in elkaar kunnen grijpen. 
 
Er is geen saxofonist van belang die zegt niet beïnvloed te zijn door Charlie Parker. Er is geen jazzmuzikant die kan volhouden dat de muzikale erfenis van Parker niet op een of andere manier in zijn muziek zit besloten. Daarom is het goed dat Peter Beets Parker centraal stelt in zijn volgende concert met The New Jazz Orchestra. Een verzameling jonge talentvolle jazzmusici die hun tanden zetten in muziek van een van de meest invloedrijke jazzmusici ooit.  

Ode aan Charlie Parker, de meest invloedrijke jazzmusicus ooit