Columns van Eddy van der Schouw

Bijzonder uitje in gekke tijd (deel 2)

Die dinsdag belde componist/pianist Maarten de Groot mij met de vraag of ik een liedje wilde inzingen voor ‘Liedjes voor de grote hoop’ van het Wilminktheater. 
Maarten stuurde mij enkele teksten en ik koos ‘Houvast’ van Joan Koenderink. 
De dag erna kreeg ik de muziek al toegestuurd en de vraag of ik het vrijdag wilde komen inzingen. Daar schrok ik nogal van. Het zou namelijk betekenen dat ik daar de deur voor uit moest. Logisch. Maar ik had daar nauwelijks over kunnen nadenken. 
Michael en ik waren sinds 10 maart nergens meer geweest en hadden ook niemand meer binnengelaten. Moesten we dan nu de deur uit gaan?  
Maarten beloofde alles extra goed schoon te maken en verzekerde ons dat het in en rondom de studio erg rustig zou zijn.  
We besloten te gaan. 
 
"Eenmaal onderweg vroegen we ons af of we de laatste tijd in de maling waren genomen; of we misschien voor niets al die weken waren binnengebleven."
 
Zo wonderlijk als de voordeur dichthouden was geweest, zo wonderlijk was het om diezelfde voordeur nu open te doen. We stapten in de auto en ook dat voelde vreemd. Alsof we de grote boze wereld tegemoet reden.  
Eenmaal onderweg vroegen we ons af of we de laatste tijd in de maling waren genomen; of we misschien voor niets al die weken waren binnengebleven. Het was namelijk belachelijk druk op straat. Overal wandelaars, mensen met honden, mensen op de fiets, bij elkaar op de scooter, veel auto’s, rijen auto’s bij bijna ieder stoplicht!  
Het zag er beangstigend en tegelijk aanlokkelijk uit. Niks het ‘nieuwe normaal’. Dit zag er uit als het oude vertrouwde normaal. Was iedereen het coronavirus alweer vergeten of had men er ondertussen gewoon lak aan? 
  
Gelukkig was het bij de studio precies zo rustig als Maarten had voorspeld. We konden voor de deur parkeren en zonder veel mensen tegen te komen naar binnen. Wat een opluchting. 
Joan, de schrijfster van het lied was aanwezig, cameraman Willem, Maarten aan de knoppen, Michael wachtend in de gang en ik veilig achter glas en voor de microfoon... gewoon als mezelf. Ook weer iets nieuws, want over het algemeen draag ik een pruik en/of een baard en zie ik er allesbehalve als mezelf uit. Ook daarom vond ik het best een spannende onderneming. 
 
"Tja, iets dat je hele leven normaal was, leer je niet zo één, twee, drie af. Maar dom voelde ik me wel. "
 
Na een uurtje dronken we ter afsluiting een drankje met elkaar en ontdekte ik hoe snel je terugvalt in je oude doen. Maarten bood me namelijk zijn stoel aan en zonder erbij na te denken liep ik er op af. Daarbij Willem, Joan en Maarten op korte afstand passerend. Tja, iets dat je hele leven normaal was, leer je niet zo één, twee, drie af. Maar dom voelde ik me wel.  
  
We waren in totaal nog geen twee uur van huis geweest. Het was een kort uitje.  
Toch waren Michael en ik blij dat we weer veilig thuis waren en de deur achter ons konden dichtdoen.   

Overdrijven we die voorzichtigheid? Ik denk het niet. We leven in een gekke tijd. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. En hoe het verder gaat weten we op dit moment ook nog niet.  
Toch ben ik ervan overtuigd dat we op een gegeven moment weer normaal met elkaar kunnen omgaan. Normaal normaal, zeg maar. 
Want zoals de tekst van Joan Koenderink luidt: “niets raakt zomaar kwijt – wat we samen deden, hoort ooit weer bij het heden”. 
Dus daar gaan we voor. 

Gepubliceerd op 5 juni, geschreven door Eddy van der Schouw

Bijzonder uitje in gekke tijd (deel 1)

 Meer dan twaalf weken zitten Michael en ik al binnen. Vandaag is het dag 86 van ‘nergens heen en niemand binnenlaten’. Dat lijkt misschien wat drastisch, maar voor twee tot een risicogroep behorende ‘patiënten’ is het verstandiger een en ander rigoureus aan te pakken. Er is teveel onzekerheid, te veel is onduidelijk. Ik hoef het maar één keer te krijgen. Dan maar het zekere voor het onzekere. 
  
Of het moeilijk is dat binnenblijven? Nee, dat valt reuze mee. Het is raar omdat we het niet kenden, er nooit over hoefden na te denken. Je kon naar binnen, naar buiten, bij anderen op bezoek en zij bij jou. Bij een ontmoeting gaf je een hand of een zoen. Dat was vanzelfsprekend en kan nu ineens niet meer. Voorheen reikte iemand jou een brief aan of jij gaf een kop koffie. Nu moet je afstand houden en is het enige dat je elkaar kunt geven dat rottige virus. Daar zijn we mooi klaar mee met z’n allen. 
Tot drie maanden geleden was Corona niets anders dan een Mexicaans biertje; nu is het gelijknamige virus een regelrechte ramp.  
Het biertje zal waarschijnlijk nooit meer worden verkocht en wij deze bizarre periode nooit meer vergeten. 
 
"Of ik in november als Sinterklaas de haven van Enschede kan binnenvaren? Geen idee. "
  
Net als vele anderen heb ik al mijn geplande activiteiten gecanceld - eerst voor twee weken, toen voor een maand, daarna voor onbepaalde tijd. 
Geen Edda-optredens, geen musicalrepetities en koor bij Aveleijn, en plannen voor volgend jaar staan in de koelkast.   
Of ik in november als Sinterklaas de haven van Enschede kan binnenvaren? Geen idee.  
Duizenden kinderen op de kade en in de binnenstad, honderdveertig Pieten tussen het publiek én anderhalve meter afstand houden, ze lijken me een ingewikkelde combinatie. Maar wie weet. 

Gaan we nog een Sinterklaasvoorstelling maken? Ik weet het (nog) niet.  
‘Edda’s Nightclub’ in september in De Kleine Willem kunnen we dit jaar sowieso vergeten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.  
 
"Alles stond stil. Tot vandaag dus."
 
Dus dan maar bij de pakken neerzitten? Welnee! Natuurlijk niet! Van de nood een deugd maken. Dát was mijn plan aan het begin van de crisis. Genoeg (schrijf)klusjes die ik thuis in alle rust zou kunnen doen, stapels boeken nog te lezen en een Netflix-aanbod waarmee we zomer, herfst en winter zouden doorkomen. 
Maar er gebeurde iets geks. Want al had ik ineens overal tijd voor, die eerste weken kwam ik helemaal nergens aan toe. Op de een of andere manier was ik leeg. Was mijn hoofd leeg. Net zo leeg als mijn agenda.  

Ik had geen afspraken, geen verplichtingen, geen deadlines, maar ook geen puf, geen inspiratie, geen zin. En het meest vreemde was nog wel dat ik die ‘rust in mijn hoofd’ eigenlijk best lekker vond. 

Op social media deed ik al niet veel (hooguit op Facebook iets ‘liken’ of delen), maar ook dat heb ik elf weken nauwelijks gedaan. Alles stond stil. Tot twee weken geleden. 

Gepubliceerd op 4 juni, geschreven door Eddy van der Schouw

Dit is deel 1, morgen verschijnt deel 2 online