“Baby Reindeer maakt ook op het podium indruk door de gelaagdheid van emoties.” ⭐️⭐️⭐️⭐️ — Telegraaf
Caberatier Thijs van de Meeberg speelt in de toneelvoorstelling Baby Reindeer van Richard Gadd, het stuk dat de basis vormde voor de Netflix-serie, in een vertaling van Patrick Nederkoorn en Peter de Hoog en onder regie van Hanneke Braam. Het verhaal gaat over Gadds jarenlange ervaringen met een obsessieve stalker en over het seksuele geweld dat hij eerder in zijn leven meemaakte. De recensenten prijzen de dreigende sfeer en Van de Meeberg als verteller, maar zijn verdeeld over de emotionele diepgang.
“Baby Reindeer maakt ook op het podium indruk door de gelaagdheid van emoties.” ⭐️⭐️⭐️⭐️ — Telegraaf
Bron: Telegraaf
De Telegraaf vindt dat Martha niet op het toneel hoeft te staan en overal aanwezig te zijn: haar berichten vliegen over de schermen en haar stem klinkt vleiend, scheidend en dreigend door de zaal. Braam maakt die dreiging invoelbaar met een barsetting, kantelende glazen en geprojecteerde teksten vol spelfouten, en Van de Meeberg gaat een goed getimede dialoog aan met de stemmen. De opgenomen gesprekken met Teri, Martha en een politieagent doorbreken de monoloog op een slimme manier en de scène waarin Van de Meeberg verslagen op zijn knieën zit terwijl de berichten blijven komen, is indrukwekkend. Een kleine reserve: het misbruikverleden krijgt minder gewicht dan in de serie, waardoor de voorstelling nog meer diepgang had kunnen krijgen.
“De ronduit absurde stalkervaringen van een gebroken jonge ziel doen het publiek versteld staan.” ⭐️⭐️⭐️ — Volkskrant
Bron: Volkskrant
De Volkskrant noemt Van de Meeberg een aanstekelijke verteller die het publiek 80 minuten weet te onderhouden, en de ronduit absurde stalkervaringen laten het publiek versteld staan. Hij is op zijn sterkst in de scènes met zijn vriendin Teri en de scène waarin hij met de rug naar het publiek vertelt en zich daarna zichtbaar gegeneerd omdraait, beneemt je de adem. Martha’s berichten worden op de juiste manier ingezet zonder in overdaad te vervallen. Het ontbreekt de voorstelling volgens de Volkskrant wel op bepaalde momenten aan de ernst van de serie: in de scène over het misbruik blijft zijn stem lichtgevoelig en afstandelijk, waardoor die niet ontroert, en de regie had daar meer tijd voor mogen nemen.
“Doordat Martha niet te zien is, wordt haar aanwezigheid des te dreigender.” — Theaterkrant
Bron: Theaterkrant
Theaterkrant vindt het ongemak van de cabaretier in een toneelmonoloog die Van de Meeberg met zijn slungelige fysiek neerzet aanvankelijk intrigerend. Het decor van drie schermen met Martha’s opdringerige berichten is sterk gevonden en doordat Martha zelf niet te zien is, wordt haar aanwezigheid dreigender. De monoloog werkt volgens Theaterkrant het best als Van Meeberg zich rechtstreeks tot het publiek richt, in tegenstelling tot de serie. Het grote bezwaar is de haastige regie: door het vlotte tempo en de gelijke energie krijgt geen enkele scène de kans om zich in je vast te klauwen, waardoor de emoties niet resoneren en de voorstelling eerder een anekdotische afwikkeling krijgt dan een emotionele catharsis.
“De enscenering is zeer verzorgd en verhoogt de spanning van het verhaal.” — Scènes
Bron: Scènes
Scènes noemt het spiegeldecor van Calle de Hoog zeer dynamisch en geweldig om te zien en vindt dat het de spanning van het verhaal verhoogt. In de toneelversie is de spanning goed voelbaar, de enscenering is zeer verzorgd, en het verhaal blijft volgens Scènes moeiteloos boeien. Van de Meeberg weet de aandacht tachtig minuten vast te houden. De keuze voor een cabaretier als acteur noemt Scènes gewaagd en die pakt niet altijd ideaal uit: zijn spel overtuigt niet altijd en raakt hem niet echt en de humor en tragiek komen minder uit de verf dan in de serie.