‘Het is nooit zwart-wit’ – Ayşegül Karaca
In de voorstelling Is dit nu liefde zit een scène waarin een 21-jarige stoere chick op date is met een negentienjarige jongen. Al snel wordt duidelijk dat hun wereldbeelden mijlenver uit elkaar liggen: zij is een autonome, feministische vrouw, hij is op zoek naar een ‘traditionele vrouw’. Hij denkt dat een vrouw van nature zorgt en een man meer ambitie heeft: ‘Een man zorgt voor het huis en de vrouw maakt er een thuis van.’ Niet bepaald haar ‘cup of tea’ dus: ze kapt het gesprek af, betaalt de rekening en vertrekt.
Begin september wordt in de repetitiestudio van Podium Mozaïek in Amsterdam gewerkt aan de toon van deze scène. Regisseur Leopold Witte: ‘Volgens mij is het sterker als je niet boos op deze jongen wordt, Ayşegül. Wees superieur aan hem: jij bent veel intelligenter.’ Ayşegül Karaca knikt: ‘Klopt. Hij is niet eens de moeite waard om je stem te verheffen, ik vind hem gewoon een sukkel.’ Ze glimlacht. ‘Dat ligt ook dicht bij mezelf. Ik zou dat ook zo kunnen doen.’
Voor theatermaker en actrice Ayşegül Karaca is het belangrijk dat haar werk mensen aan het denken zet. De afgelopen jaren boekte ze bij Theater Rast veel lof met autobiografische solovoorstellingen, zoals Oogentroost (2021) en De wraak van A (2024). Daarin onderzocht ze onder meer welke weerslag het huiselijk geweld waarvan ze als kind getuige was, op haar latere leven had.
Haar nieuwe voorstelling Is dit nu liefde, over hoe een gezin omgaat met een gewelddadige vader, is niet autobiografisch, maar minstens zo persoonlijk en urgent, vertelt ze na afloop van de repetitie. ‘Ik ben een maker die maatschappelijke thema’s over het voetlicht wil brengen. En ook al is dit fictie, ik put wel uit mijn eigen leven. Ik heb genoeg meegemaakt, gelukkig en helaas.’
Leopold Witte benadrukt dat de cijfers er niet om liegen: ‘Elke acht dagen komt er een vrouw om het leven door huiselijk geweld. Dat is niet cultuurgebonden, het gebeurt in alle rangen en standen van onze samenleving, van arm tot rijk. Het is een Nederlands probleem en het wordt door de meeste Nederlanders zwaar onderschat.’
Theaterschrijver Elly Scheele schreef een stuk over een complexe moeder-zoon-relatie en de weerslag daarvan op een opgroeiend kind. De gewelddadige vader heeft het gezin verlaten, waardoor de zoon (acteur Bob Ott) opgroeit zonder mannelijk voorbeeld en met een overbeschermende moeder (gespeeld door Karaca), die alles op alles zet om van haar zoon een betere man te maken dan zijn vader. Maar daarin geeft ze onbewust haar trauma aan haar kind door. In zijn zoektocht naar hoe hij zijn mannelijkheid kan vormgeven, dreigt de zoon te vallen voor de verlokkingen van de manosfeer.
Karaca: ‘De moeder oefent veel te veel controle op hem uit. Haar zoon moet elke vorm van agressie de kop indrukken. Als hij een keer ruzie maakt op school, schiet zij meteen in een kramp. Dat doet iets met zijn zelfbeeld: hij wordt bang dat hij gaat lijken op zijn gewelddadige vader. Die angst neemt hij mee in de rest van zijn leven: hij krijgt het trauma van zijn moeder in zich.’ Zo ontwikkelt hij een problematische relatie met zijn eigen woede. Terwijl woede op zichzelf doodnormaal is en bovendien een belangrijke functie heeft: het is bijvoorbeeld een manier om je grenzen aan te geven of om je betrokkenheid te tonen.
Bob Ott: ‘Elke keer als hij boos wordt, wordt dat gekoppeld aan het feit dat hij een man is. Als je als man de hele tijd hoort wat mannen allemaal fout doen – hoe terecht dat vaak ook is – is het niet vreemd dat je je als jongere voelt aangetrokken tot een bepaald type man dat zegt: ‘jij bent wél oké.’
Complex dus, en dat is precies wat de makers met deze voorstelling willen blootleggen: het is aan de oppervlakte makkelijk om te oordelen over een jongen die zich vereenzelvigt met types als Andrew Tate, of een moeder die niet loskomt van haar gewelddadige partner. Maar in de realiteit liggen zaken vaak ingewikkelder, en genuanceerder.
Karaca: ‘Vaak hoor je als het hierover gaat: waarom blijft die vrouw zo lang bij haar man, ondanks dat hij haar bont en blauw slaat? Waarom komt ze steeds bij hem terug? Maar het is niet makkelijk om je daadwerkelijk van iemand los te weken. Daarbij is het nooit zwart-wit. Ze heeft ook oprecht van die man gehouden, ze hebben leuke dingen gedaan samen.’
'Daarbij geef je ook snel jezelf de schuld,' vervolgt ze. ‘Bijvoorbeeld door te denken: als ik me anders had gedragen, had hij me misschien niet geslagen, als ik meer rekening met hem houd, zal het vast niet meer gebeuren. Misschien komt het wel door mij dat hij zo agressief is. Absurd natuurlijk, maar zo werkt het vaak.’
De twee spelers worden op de speelvloer bijgestaan door muzikanten Emre Varlik en Tobias Klein. Leopold Witte: ‘De dreiging van agressie proberen we via de muziek voortdurend invoelbaar te maken. Het eierenlopen, de vulkaan die elk moment zou kunnen uitbarsten, de sluimerende woede – het is voor de personages een constante factor, en we zoeken een muzikale vertaalslag daarvan.’
Hoopt Karaca met haar werk verandering teweeg te brengen? ‘Nou, ik ben een realist, ik denk niet dat één voorstelling de wereld verandert. Ik hoop wel dat mensen naar buiten lopen en langer nadenken voordat ze over anderen oordelen. Dat ze met elkaar in gesprek gaan: hoe moeten we omgaan met agressie? Dat ze beter begrijpen hoe complex en tegenstrijdig het kan zijn. En ik hoop dat toeschouwers die met agressie te maken hebben, zich gezien voelen. Dat vrouwen die met veel schaamte kampen, zich getroost weten.’ Het liefst zou ze jonge mannen die zich aangetrokken voelen tot de manosfeer ook verwelkomen. ‘Ik wil ze laten zien dat ze heus mogen worstelen met hun mannelijkheid, dat die zoektocht naar je eigen identiteit als man gewoon bestaansrecht heeft. Dat mannelijkheid vele vormen kent, en dat het soms ook mis mag gaan. Ik weet niet of deze jongeren ook echt zullen komen, maar het zou geweldig zijn. Ze zijn heel welkom.’
Op 25 april 2027 staan Ayşegül Karaca en Bob Ott met Is dit nu liefde in De Kleine Willem in Enschede.