Vier dagen vakantie in Twente

Voor veel gezelschappen en artiesten zijn optredens in Twente jarenlang een logistieke uitdaging. Ze beschikken vaak niet over eigen auto’s en zijn afhankelijk van het openbaar vervoer. Voorstellingen beginnen daarom vaak vroeg, zodat acteurs en musici nog net de laatste trein naar het westen kunnen halen. 

“Vroeger speelden we vier dagen achter elkaar in Hengelo-Enschede”, aldus actrice Caro van Eyck in een interview aan de krant in 1962. “We logeerden dan in het hotel Bad Boekelo. Zo werden die dagen buiten het werken om een soort gezellige vakantie.” 
Collega-acteur Albert van Dalsum herinnert zich in datzelfde krantenartikel nog de avond dat hij in Hengelo was en er een Berlijns gezelschap optrad. ‘’Dat wilde nog de nachttrein van meen ik tien uur halen. Het raffelde toen het stuk af en holde, onafgeschminkt, naar de trein!’’ 
Ook zijn er duidelijke verschillen in smaak tussen het publiek in de Randstad en daarbuiten, aldus Van Dalsum: “In Amsterdam en ook in andere plaatsen in het westen mag men heel graag een blijspel zien, en dan mag het best wat frivool zijn. In het oosten houdt men, tenminste zo heb ik het steeds aangevoeld, meer van een stuk waarvan men dan zo graag zegt: daar neem je wat van mee. Laten we zeggen: een probleemstuk.’’ 

 


Albert van Dalsum regisseert en speelt Gijsbreght van Aemstel in 1949