“Ronald Snijders heeft iets bereikt wat maar weinig kunstenaars is gegeven. Hij is zijn eigen genre geworden. Razend knap.” ★★★★½ – Scènes
Ronald Snijders speelt in de Kleine Komedie zijn zevende programma, Leven met humor, met teksten van Snijders, tekstbijdragen van Fedor van Eldijk en regie van Gijsbert van der Wal. De recensenten zijn lovend over zijn onuitputtelijke stroom van absurde ideeën en zijn muzikale en fysieke uitstapjes, maar verdeeld over de lengte van de avond.
“Zijn show duurt wel 7 kwartier en zakt nooit in.” ★★★★½ – Scènes
Bron: Scènes
Scènes ziet Snijders in topvorm. De avond is een allegaartje van moppen, muziekjes, halve liedjes, waanzinnige verhalen en eindeloze woordgrappen, met als openingsnummer een krankzinnig telefoongesprek met een dierenarts. Opvallend is dat Snijders deze keer ook fysiek veel laat zien: een grotere visuele expressie, verrassende mimiek en verschillende dansstijlen. Het simpele decor van gele blokken met lichteffecten voegt volgens Scènes iets toe. De show duurt zeven kwartier en zakt volgens Scènes niet in. Door grappen consequent door te componeren en op te stapelen is Snijders volgens hem een genre op zich aan het worden.
“De geest van Snijders is als een vulkaan waar constant krankzinnigheid uit borrelt.” – Theaterkrant
Bron: Theaterkrant
Theaterkrant is lovend over de ideeënvulkaan Snijders, die onder meer verzonnen tijdschriften, nieuwe spreekwoorden, grafschriften en een bizarre to-do-lijst op een liedje van Toontje Lager bedenkt en daarbij een achitterende spastische dans uit zijn hoed tovert. Het probleem is de lengte: volgens Theaterkrant is ongeveer anderhalf uur de sweet spot voor cabaret en zou absurdisme zelfs niet langer dan vijf kwartier mogen duren. Met een half uur minder was het volgens Theaterkrant in de buurt gekomen van geniaal. Theaterkrant geeft aan dat je, als je in de meligheidflow zit, ongelooflijk veel ervan kan genieten, maar dat het ook een beetje te veel kan worden.
“Het onmogelijke vieren eigenlijk.” — NPO Radio 1
Bron: NPO Radio 1
Snijders vertelt dat hij ook na zes voorstellingen nog nerveus is voor de première, ondanks zijn lange aanloop van vijftien try-outs vóór en vijftien try-outs na de zomer. De titel verwijst naar zijn liefde voor taalgrappen en naar humor als een soort aandoening. Zijn humor noemt hij anders dan die van zijn jeudidool André van Duijn: absurdisme is voor hem de botsing van twee dingen die niets met elkaar te maken hebben, en het gaat niet om herkenbare situaties zoals in veel cabaret. De boodschap van de voorstelling is dat er weinig zin en veel onzin in het leven zitten, en dat je relativerender in het leven staat als je dat viert. Dit seizoen speelt hij het programma ongeveer zestig keer en hij vindt het niet zwaar om elke avond hetzelfde te doen, want het is steeds weer anders.
“Hoewel ik zijn vorige programma zijn beste vond, vind ik dit programma nòg leuker” – Jacques Klöters
Bron: Jacques Klöters
Klöters vindt dit programma nog leuker dan Snijders’ vorige, dat hij toen de beste vond. Hij beschrijft Snijders als een natuurartiest die je ook zonder woorden aan het lachen krijgt. VErwacht volgens hem geen rode draad of diepgang: de draad is Snijders’ unieke clowneske persoonlijkheid en de kracht zit in zijn absurde gedachten, niet meer in losse woordgrapjes zoals vroeger. Hij prijst de afwisseling van imitaties, zang en groteske dans, het decor van blokken dat de artiest “uitlacht”, en de rust in de voorstelling: Snijders neemt pauzes zodat het publiek op adem kan komen en straalt het gezag van een leuke avond uit. Als clown houdt hij met zijn rondkijkende ogen contact met de hele zaal, speelt hij de reacties van het publiek al mee en improviseert hij vlot. Zo’n gelaatsexpressie zag Klöters sinds Wim Kan, Toon Hermans en Bert Visscher zelden en hij had een topavond.