“Wisselend theater over een tragische, gehavende moeder-zoonrelatie.” — Theaterkrant
In Is dit nu liefde van Theater RAST ontmoeten we de negentienjarige Midas (Bob Ott), met een conservatieve kijk op vrouwen, en zijn moeder (Ayşegül Karaca), die voor haar gewelddadige man bij hem komt schuilen. De recensenten prijzen de kleine, ingehouden scènes en het spel van Ott en Karaca, maar vinden de voorstelling fragmentarisch en de gezongen liedjes minder geslaagd.
“Wisselend theater over een tragische, gehavende moeder-zoonrelatie.” — Theaterkrant
Bron: Theaterkrant
Theaterkrant vindt dat de voorstelling goed laat zien hoe tragisch het is dat de moeder haar zoon nooit echt ziet voor wie hij is, en noemt de scène met de afwas en Midas’ uitbarsting aan het eind een sterk moment. Tegelijk mist Theaterkrant gelaagdheid in de personages: de moeder is te nerveus en hulpeloos neergezet en Midas blijft te ondoorgrondelijk. Het steeds wisselen tussen de stoelen achterin en de kuiskamer voor op het toneel maakt het geheel fragmentarisch. Ook de muziek is vaak een misser: de livemuziek werkt, maar de opgenomen piano onttovert die en de gezongen nummers voelen als sentimentele musicalliedjes die niet bij de rest passen.
“De verrassing in de bij vlagen overrompelende voorstelling Is dit nu liefde zit ’m in de kleine gebaren.” ⭐️⭐️⭐️ — Volkskrant
Bron: Volkskrant
De Volkskrant noemt de voorstellingen bij vlagen overrompelend, met de verrassing in de kleine gebaren. Karaca speelt uitstekend in meerdere rollen, onder meer als de datende vrouwen van Midas, en Ott toont zich verrassend veelzijdig, van druk en agressief kind tot gamende puber. De vele thema’s maken het stuk wel wat overvoelend en door de korte flashbacks is het fragmentarisch en de opzwepende liedjes zijn minder geslaagd dan het acteerwerk. Wat blijft hangen zijn de kleine scènes, waarin een aanraking van de moeder haar zoon laat voelen dat hij niet zijn vader is.
“Voel je de manosphere om je heen slaan.” — Het Parool
Bron: Het Parool
Het Parool legt de link met de manosphere en de vraag hoeveel van Midas’ ideeën over mannelijkheid hij thuis heeft opgepakt. Ott overtuigt vooral als agressieve puber die zijn woede niet kan beheersen, waardoor goed duidelijk wordt hoe dicht hij bij het gedrag komt dat hij vreest, en de geweldsketen in het gezicht is herkenbaar. Minder is de muziek: de gezongen nummers zijn te nadrukkelijk emotioneel en in de regie ontbreekt soms subtiliteit, met een gespannen moeder en een Midas wiens kwetsuren minder binnenkomen. De voorstelling maakt wel invoelbaar hoe moeilijk het is om aan familiegeschiedenis te ontsnappen.