Abel Selaocoe, een onbegrensde musicus

De Zuid-Afrikaanse cellist Abel Selaocoe kwam meerdere keren naar Amsterdam om te spelen op de Cello Biënnale. Hij raakte bevriend met musici van Amsterdam Sinfonietta – cellist Tim Posner kent hij al sinds zijn studententijd in Manchester. ‘Uiteindelijk vatte het smeulende vuurtje vlam en gaan we nu samen een avontuur aan.’

Door Carine Alders

Selaocoe werd geboren in de township Sebokeng in Zuid-Afrika, een smeltkroes van verschillende Afrikaanse culturen. ‘Omdat Johannesburg niet ver weg is, zijn er ook invloeden uit de grote stad, zoals jazz en de manier waarop we naar muziek luisteren. Iedereen had een boombox in die tijd. Maar mijn moeder koesterde zowel Afrikaanse tradities als het geloof en dat kwam allemaal samen in mijn jeugd, er werd veel gezongen thuis. Het was een arme gemeenschap, maar rijk aan creativiteit.

Doe-het-zelfcultuur
En als je geen middelen hebt, dan zoek je naar andere manieren om dingen voor elkaar te krijgen. Het was een echte doe-het-zelfcultuur. In eerste instantie leerde ik cello spelen zonder instrument. Mijn broer speelde fagot en had goed door dat muziek studeren belangrijk was om de aandacht van kinderen in een township buiten schooltijd vast te houden. Het vormt je voor de rest van je leven. Vanaf mijn negende leerde ik noten lezen en speelde ik blokfluit. Mijn broer bedacht dat de cello goed bij mij zou passen en ik protesteerde niet. Toen ik elf was kreeg ik mijn eerste cellolessen in Soweto (35 kilometer verderop), elke zaterdag. Ik had alleen dat uurtje per week de beschikking over een instrument. Mijn broer tekende de snaren op een stuk papier en we vonden uit waar de hele en halve tonen zaten. Zo oefende ik doordeweeks met het papier tegen de borst. Want als je zo ver moet reizen, wil je wel alles uit de les halen. Mijn leraar presenteerde een radioprogramma met klassieke muziek en dan vroegen we hem soms om bijvoorbeeld iets van Bach te draaien. En dat deed hij dan. Dat hield onze aandacht halverwege de week vast en zo was de les de ultieme uitgestelde beloning.’

Kostschool
‘Na verloop van tijd kreeg ik een eigen instrument tot mijn beschikking – ze hadden wel door dat ik serieus was – en op mijn dertiende had ik het instrument aardig onder de knie. Maar in Sebokeng of Soweto was geen gelegenheid om verder te studeren. We ontdekten dat er in Johannesburg een kostschool voor geprivilegieerde mensen was en het hoofd van het outreach programma daar vond dat ik toelatingsexamen en auditie moest doen. Wis- en natuurkunde, het was nogal intimiderend, maar ik heb het toch gedaan. De muziek gaf de doorslag; ze zagen mogelijkheden in mij en ik kreeg een beurs voor de hele schoolperiode.’ Hoewel hij op de school in een heel andere wereld terechtkwam, ervaarde Selaocoe de klassieke componisten nooit als muziek uit een andere cultuur. ‘Ik werd gewoon verliefd op de klank; het was voor een kind van mijn leeftijd een muzikale ervaring, niet zozeer een culturele ervaring. Het was er gewoon. Als ik met de cello thuis in Sebokeng speelde, kwamen er mensen op af die vroegen ‘speel eens dat bekende liedje’. De doe-het-zelfcultuur betekende ook dat we veel op het gehoor speelden. We speelden in ongebruikelijke samenstellingen, zoals een eufonium, een klarinet, een cello en een contrabas. En dan zagen we wel wat we konden spelen. Ook dat was er gewoon. Ik vond het heerlijk dat er geen regels waren. Maar als kind wil je graag ergens bij horen en geen buitenbeentje zijn, dus op school in Johannesburg hield ik die muziek voor mezelf en concentreerde ik me op de klassieke muziek.’

Niet in een hokje
‘Na het eindexamen ging ik naar het Royal Northern College of Music in Manchester, waar ik mijn professor Hannah Roberts leerde kennen. Zij is een geweldig musicus, heel open. We hadden een afspraak: ik mocht wel andere muziek spelen, maar ik zou op het conservatorium er alles aan doen om mezelf tot het hoogste niveau te brengen. Daarnaast werden we samen creatieve programmeurs. Hannah stelde voor om Debussy te spelen. Ze zei: “Verdiep jezelf in de Franse muziek en probeer de parallellen te ontdekken met de muziek van thuis.” En toen ontdekte ik dat Debussy’s cellosonate gebruikmaakt van muziek uit andere culturen, zoals gamelanmuziek. Ik zag de overeenkomsten en de grenzen vervaagden. Het is belachelijk om te denken dat muziek in een zuiver hokje past. Stijlen beïnvloeden elkaar altijd over en weer, niet alleen in de Franse muziek, maar bijvoorbeeld ook in de barok. Daarom houd ik daar zo van.’

Samenspelen
En wat Selaocoe als tiener voor zichzelf hield moest eruit. In het programma met Amsterdam Sinfonietta klinken niet alleen Debussy en Vivaldi, maar ook zijn eigen composities. ‘Qhawe (uitgesproken met een klik), Lerato en Ka Bohaleng komen voort uit mijn DNA, dat is de definitie van wie ik ben: een musicus zonder grenzen tussen klassiek en de muziek van thuis. Ibuyile is een Afrikaanse hymne over onrecht, zeer geliefd bij Zuid-Afrikanen. Zang is een menselijke erfenis. Iedereen zingt. Om dat toe te laten in concertzalen is heel belangrijk. Ik hoop dat de musici van Amsterdam Sinfonietta ook willen zingen, en daarmee iets van zichzelf in het concert willen leggen. Ik kijk uit naar het samenspel met deze enorm flexibele musici. Elke avond creëren we iets speciaals; het is onmogelijk om daarna geen vrienden te zijn.’

Op woensdag 21 oktober 2026 staat Amsterdam Sinfonietta met Abel Selaocoe in het Muziekcentrum in Enschede.

Agenda

Wachtlijst

Wensenlijst

Toegevoegd:

Ga naar wensenlijst