Iedere werkdag weer nieuwe columns van diverse schrijvers

Steun onze huisartiesten

#32 Jatwerk
#32 Jatwerk

We gingen met ons gezin naar de Snip en Snaprevue .Ik herinner me de sketch “t Is niet mijn broer, maar het is de zoon van mijn vader”, gespeeld door Willy Walden en Piet Muyselaar en geschreven door Jacques van Tol. Hoewel, geschreven? In de biografie van Van Tol vertelt Henk van Gelder dat een van zijn dochters op school een mop had gehoord en die tijdens een autoritje verkeerd navertelde, wat Van Tol het idee gaf voor deze prachtige scène. 
 
Ik denk zelf dat misschien ook het boek van Tristan Rémy “Entrées des clowns” geholpen heeft, waarin een clownsnummer voorkomt ‘Ce n’est pas mon frère, mais c’est un fils de mon papa’ van de beroemde vooroorlogse clowns Dario en Bario. Wat is dit? Toeval? Diefstal? Ontlening? Waren Dario en Bario eerlijk aan het nummer gekomen? 
 
Diefstal is soms een lelijk woord voor overlevering. Iemand die een mop navertelt pleegt geen diefstal. Wie een mop ómschrijft tot een liedje, zoals Jos Brink weleens gedaan heeft, die heeft arbeid verricht en het auteursrecht zal hem belonen. 
 
"Onder de kantoren van de huidige showbizz-bv’s liggen vergeten kelders met materiaal van vorige generaties."
 
Neem Cowboy Gerard en zijn prachtige lied ‘Het spel kaarten’.Hij heeft de tekst vertaald van T. Texas Tyler en die vangt er ook auteursrecht van. Maar Texas Tyler heeft op zijn beurt een oude anekdote berijmd, over een soldaat die in de kerk zit te kaarten en een godsdienstige uitleg weet te geven aan het spel, die heel bekend is geworden bij het volk. En het motief komt oorspronkelijk uit Europa. Volkenkundigen kennen het als motief h603: Symbolic interpretation of playing cards, en in 1901 werd er al een geleerd artikel over geschreven door iemand die het in alle Europese landen aangetroffen had. Louis Bras-De-Fer schreef het al in 1778 op over de grenadier Richard en het is waarschijnlijker dat het al sinds het begin van het kaartspel bestaat dan dat Louis Bras-De-Fer het bedacht heeft.  
  
Onder de kantoren van de huidige showbizz-bv’s liggen vergeten kelders met materiaal van vorige generaties. Zelden of nooit komt er iemand in die kelders. Alleen het gedeelte waar het amusement van vóór 1700 bewaard wordt, heeft de laatste jaren belangstelling gehad van onderzoekers als professor Herman Pleij en Herman Roodenburg. 
 
Waarmee de negentiende-eeuwer zich amuseerde is nog vrijwel niet onderzocht, maar wel doorgegeven. Wat toen uitgedacht is aan theatergrappen is begin vorige eeuw vastgelegd in de slapstick-filmpjes, het vroege werk van Chaplin c.s. Het auteursrecht bestond nog niet en diefstal werd nog niet als zodanig gezien. Men werkte gewoon nog in een traditie. 
 
"Voordat die nuttige auteursrechtenorganisatie bestond, kon men een hele carrière vestigen op gestolen materiaal."
 
Dat is nu anders. Tekst en muziek zijn beschermd. Ideeën nog niet zo erg. Tegenwoordig is er de Buma/Stemra die de aangesloten componisten en tekstschrijvers moet beschermen. Dat valt nog niet mee met moderne gaptechnieken als sampling, waarmee men bestaande stukjes muziek en ritmes hergebruikt in nieuwe composities. Maar voordat die nuttige auteursrechtenorganisatie bestond, kon men een hele carrière vestigen op gestolen materiaal. Wie nu een liedje pikt van een ander, staat snel in zijn blootje. Iedereen weet tegenwoordig alles, hoort alles en ziet alles dankzij de opkomst van internet. 

Wim Sonneveld kon nog uit Hollywood terugkeren met ‘ideeën voor liedjes’ en die laten schrijven door een ander zonder te vertellen waar hij die ideeën had opgedaan. ‘Take back your mink’ uit ‘Guys and Dolls’ werd ‘Neem je vos terug’ en ‘Ik verveel me zo’ was al als ‘Monotonous’ door Eartha Kitt op de plaat gezet. 

Aan het begin van de eeuw was het niet ongebruikelijk dat wanneer een toneelstuk een groot succes was in Parijs, een Nederlandse toneeldirecteur enige avonden in de zaal plaatsnam en de tekst tijdens de voorstelling notuleerde, zodat hij het in Nederland geheel rechtenvrij kon gaan spelen. Dat is nog echt mooi ouwerwets jatwerk. Insluipen, een kraak zetten en de poen in de zak steken. Dat amusementsmensen onderling afkijken vind ik niet erg zolang er iets oorspronkelijks mee gebeurt. Diefstal is iets anders dan je laten inspireren. 
 
"Een goede komiek is niet bang dat zijn repertoire gestolen wordt."
 
Veel musicals van Annie M. G. Schmidt zijn geïnspireerd op buitenlandse voorbeelden. Heerlijk duurt het langst door Company, Foxtrot door Cabaret en Madam door A little Whorehouse inTexas bijvoorbeeld. Maar daar heeft Annie M.G. ook nooit geheimzinnig over gedaan en het zijn volstrekt eigen producten geworden, waarbij nergens te merken valt waar de inspiratie vandaan kwam. 
  
Een sketch van André van Duin is net zo oorspronkelijk als een doktersmop. Sterker nog: ís vaak een doktersmop. In de revue geldt dat het materiaal niet belangrijk is, het is wat je ervan máákt. Een goede komiek is niet bang dat zijn repertoire gestolen wordt. Wat hem tot een goede komiek maakt, zijn persoonlijkheid, is niet te stelen. 

Gepubliceerd op 27 mei, geschreven door Jacques Klöters

#31 FC Twente is de blues in optima forma – Deel 2 
#31 FC Twente is de blues in optima forma – Deel 2 

Die ‘lange gozer’ zou Enschede en Twente uiteindelijk – in navolging van de bands The Buffoons en Teach In - muzikaal op de kaart zetten, maar niet voordat hij door het FC Twente-virus gegrepen is. “Als voetballiefhebber viel ik met mijn neus in de boter. FC Twente beleefde een gouden periode, ik was regelmatig van de partij in het Diekman-stadion.” 

Het stadionbezoek komt in de knel gedurende zijn studietijd in Arnhem (‘nee, ik ging niet vreemd met Vitesse’) en zijn ontwikkeling als mondiale rockster bij Vandenberg en Whitesnake. Pas na zijn vaarwel bij die laatste band, in 1999, krijgt de import-Enschedeër vaker de gelegenheid zijn favoriete club te bezoeken. “Als ik tijd had, ging ik kijken. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe FC Twente bijna failliet ging, in 2003, hoe de club zich oprichtte en zich profileerde als topclub. Ik werd een groot fan van de combinatie Bryan Ruiz en Theo Janssen. Wát een klasbakken.” 

"FC Twente had iets ongelooflijks geflikt. Dat maakte ook mij trots."

Uitgerekend op het moment dat FC Twente zich, op 2 mei 2010, tot landskampioen kroont, zit Van den Berg in verband met muzikale activiteiten in de Verenigde Staten. “Ik geloof dat ik bij David Coverdale was, in Lake Tahoe. Maar de ontlading was niet minder intens. Ook op grote afstand had ik het kippenvel dik op de huid staan. Heel Enschede stond op de kop. Later heb ik die filmpjes teruggezien van de enorme jubel op de pleinen in de stad. Zelf sta ik niet graag in de mensenmassa’s die ik vanaf het podium wél graag voor me zie, maar dit was geweldig. FC Twente had iets ongelooflijks geflikt. Dat maakte ook mij trots.” 

In die periode zoeken mensen van de club toenadering tot Van den Berg. Of hij een clublied wil componeren, het liefst met enig bombast: een stadionrocknummer. “Maar hoe sympathiek ook, ze wilden een Nederlandse tekst, en dat past niet bij mij en niet bij een stadionrocknummer. Dus kwam het er niet van. Totdat ik, in het voorjaar van 2011, Joop Munsterman sprak. Een muziekliefhebber ook. Al filosoferend over gemeenschappelijke helden kwamen we op het plan juist nu een Engelstalig kampioensnummer te lanceren, omdat FC Twente voor de tweede keer op rij de titel kon pakken.” 

"Toen ik aanbelde, had hij een kegel van hier tot Tokio. Maar we hadden gelijk een klik, en ik een zanger voor het kampioenslied van FC Twente."

Van den Berg schrijft een op We Are The Champions geïnspireerd nummer, getiteld A Number One. Alleen: hij zit op dat moment zonder band. “Ik had in Amerika twee zangers in de startblokken staan, maar het leek me toch passender een Nederlander te hebben. Maar wie? Plots herinnerde ik me een jongen die in ons voorprogramma van Whitesnake in Tilburg had opgetreden. Iemand stuurde me een recensie uit muziekkrant Oor toe, waarin stond dat die gozer die avond een geduchte concurrent van David Coverdale was. Tja, dan moet je iets kunnen.” 

Hij trekt de stoute puntlaarzen aan. “Na lang zoeken kwam ik hem op het spoor. Hij bleek Jan Hoving te heten en twee boerenbedrijven te hebben, waarvan eentje in Zeewolde. Toen ik hem belde, dacht ie in de maling te worden genomen. Ik maakte een afspraak. Op de slechtste dag van het jaar, qua weer. Door de barre omstandigheden, en het feit dat ik in het pikkedonker van de polder de weg niet kon vinden - was ik veel te laat. Het versterkte zijn gevoel dat het allemaal een grap was. Dus hij besloot met zijn vrouw een flesje wijn open te trekken. Toen ik aanbelde, had hij een kegel van hier tot Tokio. Maar we hadden gelijk een klik, haha. En ik een zanger voor het kampioenslied van FC Twente.” 
De tweede titel op rij komt er niet. In de kampioenswedstrijd tegen Ajax volstaat een gelijkspel, maar krijgt FC Twente met 3-1 klop. Omdat kort daarvoor wél de beker gewonnen is, besluit de clubleiding alsnog tot een groot feest, op het terrein naast de Grolsch Veste. Van den Berg heeft dan een zanger, maar nog geen bassist en drummer. “Via vrienden kwam ik op het spoor van een jong, talentvol drummertje – Mart Nijen Es - en een jonge, talentvolle bassist, Sem Christoffel. Het toeval wil dat ik beide jongens een jaar of tien geleden een eerste plaats had bezorgd op twee verschillende talentenjachten. Dat had ik destijds goed gezien, want ze bleken van topkwaliteit te zijn.” 

"Ze vroegen heel schuchter of ze auditie mochten doen. Ik zei ‘nee’."

De eerste proeve van bekwaamheid volgt in de schaduw van Grolsch Veste. Ondanks het mislopen van de titel speelt de vers geformeerde band op bevlogen wijze A Number One. Als klap op de vuurpijl haalt Vandenberg voorzitter Joop Munsterman het podium op. “Die schrok daarvan, maar ik gaf hem een rode FC Twente-gitaar en samen hebben het Working On A Dream gespeeld, van Bruce Springsteen, zijn lijflied.” 

Van den Berg is onder de indruk van het spel van de twee piepjonge muzikanten. “Alles viel op zijn plaats. Ik had al bijna een album klaar, was toch al op zoek naar nieuwe bandgenoten. Toen zij dat hoorden, vroegen ze heel schuchter of ze auditie mochten doen. Ik zeg: ‘nee’. Zij: ‘Zijn we dan te jong ofzo?’ Ik zeg: ‘Nee, wat mij betreft hebben jullie de job al. Wat mij betreft zijn jullie de jongens van mijn band!’ Nou, die gasten waren helemaal flabbergasted. Korte tijd later richtte ik Vandenbergs’ Moonkings. Mede dankzij FC Twente, ja.” 

Inmiddels is hij bezig met de comeback met Vandenberg en volgt hij FC Twente nog altijd op de voet. Het terugkerende gedonder bij de club heeft zijn gevoel voor de club niet aangetast. “Het tegendeel is eerder waar. Ik vind het juist mooi om te zien hoe de club zich steeds weer uit de shit probeert te knokken. De worsteling van FC Twente, dat is de blues in optima forma. En laat ik nu net een groot bluesliefhebber zijn...” 

Gepubliceerd op 26 mei, geschreven door Eddy van der Ley

#30 FC Twente is de blues in optima forma
Adje van den berg
#30 FC Twente is de blues in optima forma

Van uitstel komt hopelijk geen afstel. Als alles meezit, kan het theatercollege ‘FC Twente – 10 jaar na de titel’ in 2021 alsnog plaatsvinden. Voorts hoop ik in de nabije toekomst de legendarische gitarist Adrian ‘Adje’ van den Berg willen strikken voor een aflevering van het  Twents theatercollege. De lobby loopt…

Er bestaan overigens een boel dwarsverbanden tussen FC Twente en de kunstzinnige snarenbeul. Van den Berg is fan. Eentje die ook in kommervolle tijden achter zijn club blijft staan. ‘FC Twente is de blues in optima forma’, vertelde hij me al eens in een interview. Hierbij de weerslag.

Adrian Van den Berg is voor de eeuwigheid verklonken aan de geschiedenis van de mondiale (rock)muziek. Met de naar hem vernoemde Nederrockband Vandenberg componeerde de boomlange import-Tukker in 1982 zijn magnum opus Burning Heart, een ballad die nog altijd rondzweeft in de nostalgische sferen van de Top 2000. En over de lijst der lijsten gesproken: ook Here I Go Again – uit 1987 - van Whitesnake kan rekenen op een jaarlijkse topnotering. Uiteraard dankzij de virtuoze gitaarpartij(en) van Ad Vandenberg, die met de stadionrockband van ex-Deep Purple-zanger David Coverdale een geslaagde gooi deed naar de absolute top. “We behoorden in de jaren tachtig en negentig tot de grootste bands ter wereld.”

"Leuk, aardig en prima, maar ik had liever gehad dat je die lekkere wijven had meegenomen."

Het is de opwindende periode dat hij de groupies bijkans van zich af moet slaan. “Omdat overdaad schaadt”, lacht hij. Het meest onschuldige verzoek van vrouwelijke zijde, destijds: op de foto met de lange rocker. “Geinig genoeg vroeg ík 25 jaar later iemand of ik met hém op de foto mocht”, zegt Van den Berg. “Dat was Theo Janssen, van wie ik bij FC Twente een groot fan was geworden. Ik trad op bij het gala voor de Voetballer van het jaar, Theo had het klassement gewonnen en de Gouden Schoen ontvangen, en ik zeg tegen hem. ‘Theo, normaal vragen lekkere wijven mij om een foto met hén, maar nu wil ík op de foto met jou. Waarop Theo zegt: ‘Leuk, aardig en prima, maar ik had liever gehad dat je die lekkere wijven had meegenomen.’ Op zijn Arnhems, weetjewel. Haha, Theo is pure rock ‘n roll.”

Dat de voetballiefhebber in Ad Van den Berg ooit (een speler van) FC Twente in zijn hart zou sluiten, lijkt in zijn jonge jeugd een utopie. Feyenoord is, in de vroege jaren zestig, de eerste club die op zijn bovengemiddelde sympathie kan rekenen. “Ik ben in Den Haag geboren, maar op mijn vijfde levensjaar met mijn ouders naar Rotterdam verhuisd”, schetst hij. “Voor mijn vader was dat een emotionele terugkeer. Hij is afkomstig uit Rotterdam, daar in de oorlog letterlijk weggebombardeerd en naar het Twentse Vriezenveen gevlucht, waar hij met één vlammende openingszin mijn moeder aan de haak wist te slaan. Zo was hij dan ook wel weer. Maar goed, hij keerde uiteindelijk terug naar Rotterdam en daar raakte ik als jong ventje automatisch in de ban van Feyenoord. Ik scoorde handtekeningen van helden als Eddy Pieters Graafland en Coen Moulijn, was de koning te rijk. In die tijd kwamen de spelers van een voetbalteam nog echt uit de eigen stad. Je juichte grotendeels voor je stadgenoten. Voor echte Rotterdammers dus, in het geval van Feyenoord. Mooi om te ervaren, juist omdat die gewoonte later zo verwaaid is.”

"Tukkers zijn van nature een beetje afhoudend, maar ik raakte snel ingeburgerd."

De prille liefde voor Feyenoord verflauwt na de volgende verhuizing. Op zijn veertiende vertrekt Van den Berg met zijn ouders naar Enschede (vader aanvaardt een baan als professor aan de Universiteit Twente), om er nooit meer te vertrekken. Toch is er aanvankelijk sprake van een cultuurclash. “Kwam er zo’n langharige gozer aanzetten met een vreemd accent en de neiging om bandjes op te richten en de gitaar te hanteren, haha. Dat was even wennen. Tukkers zijn van nature een beetje afhoudend, maar ik raakte snel ingeburgerd.”

Morgen deel 2 van dit verhaal over Adje van den Berg.

Gepubliceerd op 25 mei, geschreven door Eddy van der Ley

#29 O wat zielig
Afbeelding: Don Quishocking
#29 O wat zielig

Het lied dat mij in de richting van het cabaret zette heette ‘O wat zielig’. 
  
Een jongeman uit Bennekom 
Vond in zijn tuin een vliegtuigbom 
Hij nodigde al zijn vriendjes om 
het ding te demonteren 
Op zijn begrafenis verscheen 
van de genode vriendjes geen 
zij lagen met versplinterd been 
dat kwam van ’t exploderen 
  
En dan nog vijf coupletten met verschrikkelijke gebeurtenissen. 
  
Ik leerde het lied kennen rond mijn veertiende, toen ik bij de verkenners zat. Het cynisme en de goed geplaatste grappen spraken me erg aan. Op feestjes van Don Quishocking later heb ik al die coupletten vaak gezongen.  
  
Een rijkaard zat eens aan de dis 
En at een rotte schellevis 
Hoewel dat niet vergiftig is 
Kreeg hij er daarna wat last van 
De pijn sloeg over op zijn gal 
Hij geloofde aan God en niemendal 
Hij werd verbrand met kist en al 
De weduwe heeft de as nog 
  
In de zangbundel “Bij het kampvuur” heb ik de liedjes uit mijn tijd bij de verkenners verzameld. Ik kreeg een brief van ene Robert van Cleeff die de bundel had gelezen en me schreef dat hij dit lied tijdens een kampeerweekend in de oorlog had geschreven. Hij had het nooit uitgegeven en was het totaal vergeten, totdat hij het, midden jaren zestig, tot zijn verbijstering, twee meisjes hoorde zingen op een camping in Zwitserland. Het lied was dus jarenlang zijn eigen weggegaan, losgeraakt van de maker. De tekst was onderwijl enigszins afgesleten en er waren wat coupletten bijgekomen, zoals het couplet van de rijkaard aan de dis. Maar was het lied nu gejat? 
 
"Toen de auteurswet kwam konden makers van liedjes hun werk declareren. Toen begon pas het stelen."
 
Nee. In het prachtige boek “Stemmen op schrift” over de vroegste Nederlandse literatuur geeft de geleerde Frits van Oostrom dit proces als voorbeeld van oraliteit, van mondelinge overlevering. Enorm belangrijk in de middeleeuwen en nog altijd van belang. Van Oostrom vergelijkt dat jarenlang doorvertellen van sterke verhalen, legendes en liedjes met de gang van grondwater, dat soms ‘over frappante afstand aan de oppervlakte welt’. Toen in 1911 de auteurswet kwam en de Buma werd opgericht, konden makers van liedjes hun werk declareren, ze kregen er voortaan geld voor als het gezongen werd en ze mochten bezwaar maken als er iets aan veranderd werd. Toen begon pas het stelen. 

Gepubliceerd op 22 mei, geschreven door Jacques Klöters

Cookies

We maken gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content van derden af te beelden, zoals ook video’s, en voor verschillende andere toepassingen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Door ‘akkoord’ te klikken, stemt u hiermee in. Als u niet akkoord bent, kunt u via de knop ‘Instellingen aanpassen’ uw voorkeuren opgeven. Meer informatie…

Cookies zijn nodig om de website goed te laten functioneren. Zo wordt uw winkelmandje onthouden tijdens de bestelling en kunt u inloggen op de website.

Maar cookies zijn ook nodig om de ervaring op de website te verrijken. Bijvoorbeeld media van derde partijen, zoals video's, gaan vaak gepaard met cookies. Ook houden we statistieken bij om de site doorlopend te verbeteren.

Als laatste worden cookies ook gebruikt om informatie rond onze marketing-activiteiten, zoals nieuwsbrieven en advertenties, zo efficiënt en persoonlijk mogelijk uit te kunnen uitvoeren.

Cookie instellingen